Naar de inhoud
    Het volledige verhaal van de Johanna Engelina — 1897 tot nu
    Het Schip

    Het volledige verhaal van de Johanna Engelina — 1897 tot nu

    De korte versie van dit verhaal staat op de historiepagina. Hieronder staat het hele verhaal, zoals het is teruggevonden in eigendomsverklaringen, scheepspandbrieven, meetbrieven en krantenberichten — met de namen, de bedragen en de data erbij.

    1897 — De opdracht

    Op 27 november 1897 liep het schip in Middelburg van stapel onder de naam Daniël Jacoba. De opdrachtgever was Jan Hendrik Viergever, geboren op 18 april 1873 in St. Annaland. Hij vernoemde zijn schip naar zijn ouders: Daniël Viergever en Jacoba de Vin. Gebouwd werd het door de werf Borsius & v.d. Leye in Middelburg. De maten waren toen 37,45 bij 6,84 meter, met een diepgang van 1,91 meter en een laadvermogen van 273 ton.

    De Dana Adriana diepgeladen, kruisend op het Haringvliet

    De Dana Adriana diepgeladen, kruisend op het Haringvliet

    Wat de akten vertellen

    Diezelfde 27e november tekende Jan Hendrik de eigendomsverklaring van zijn schip. Die werd op 1 december 1897 geregistreerd in Zierikzee. Uit de scheepspandbrief van 30 december 1897 blijkt wat de aanschaf hem kostte: hij leende er ƒ 9.000,- voor. Zijn vader Daniël Viergever en zijn zwager Benjamin de Witte stonden borg. Het zijn deze papieren die het verhaal van het schip zo nauwkeurig maken — de datums hieronder komen uit de akten zelf, niet uit overlevering.

    Gebouwd voor ruw water

    Jan Hendrik koos bewust voor een zwaar en robuust schip. Hij wilde vracht varen tussen de toenmalige Zeeuwse eilanden, en die wateren stonden bekend om hun onstuimige karakter; alleen een zeewaardig schip hield het daar lang vol. De Daniël Jacoba kreeg dan ook flinke afmetingen en vooral zware constructies en dikke plaatmaterialen. Bij recente verbouwingen kwamen we her en der constructies tegen die een echt zeeschip niet zouden misstaan, en uit metingen bleek dat de romp op sommige plekken nog altijd 8 millimeter dik is.

    Johanna Engelina op het Haringvliet, 1907

    Johanna Engelina op het Haringvliet, 1907

    De vrachtvaart onder zeil

    Na de tewaterlating voer de Daniël Jacoba met bulkgoed: zand, mest, graan en andere landbouwproducten. Dat gebeurde volledig op de zeilen. Pas in de jaren dertig kwam er een motor in, en verdwenen de zeilen een voor een.

    Daniël Jacoba op de Waal bij Nijmegen, jaren 20

    Daniël Jacoba op de Waal bij Nijmegen, jaren 20

    Pieter Theunisse komt aan boord

    Jan Hendrik trouwde op 13 januari 1898 met Pieternella Theunisse. Haar broer Pieter Theunisse kwam al snel als knecht aan boord, en voer na een paar jaar zelf als schipper op de Daniël Jacoba in de beurtvaart. Op 27 juli 1911 kon hij het schip kopen. Hij kreeg korting op de koopprijs, op één voorwaarde: de naam mocht niet veranderen. Kort daarna leerde hij Jenneke Pieterman kennen, met wie hij trouwde. Uit dat huwelijk kwamen verschillende kinderen; Jan en zijn zus bleven tot in de jaren zestig varen.

    Ome Jan, omstreeks 1938

    Ome Jan, omstreeks 1938

    De oorlogsjaren bij Haaften

    Tijdens de oorlog voer het schip door tot eind 1944. Toen werd besloten het bij extreem hoog water droog te zetten in een dode arm van de Waal bij Haaften. Het schip werd wel geconfisqueerd door de Duitsers, maar ze kregen het daar niet weg. Juist daardoor bleef het gespaard en kon er na de oorlog alweer snel vracht mee worden gevaren.

    Daniël Jacoba (nu Johanna Engelina), jaren 1920-1930

    Daniël Jacoba (nu Johanna Engelina), jaren 1920-1930

    1945 — Weer vlot

    Toen de oorlog voorbij was werden de schepen weer vlot getrokken. Er verscheen een kort bericht over in de krant, en daarnaast een bericht van de familie Theunisse: een dankwoord aan de dorpsbewoners van Haaften voor hun hulp.

    1948 — Jenneke vaart door

    Op 14 december 1948 overleed Pieter Theunisse onverwacht. Het schip ging over op zijn weduwe, Jenneke Pieterman. Zij voer verder, samen met enkele van haar kinderen: vooral zoon Jan en dochter Pietje hielpen mee, dochter Dina deed het huishouden en oudste zoon Bram voer inmiddels als knecht op een ander schip.

    Jenneke Theunisse op het achterdek, jaren 30

    Jenneke Theunisse op het achterdek, jaren 30

    De lamme arm, en wat erna kwam

    In 1949 werden de masten uit het schip gehaald en kwam er een liggende Deutz van 18 pk op het voordek. Met maximaal 6 kilometer per uur maakte die lamme arm het varen aanmerkelijk eenvoudiger. Eind jaren vijftig, in 1958, werd de Deutz vervangen door een Daf van 100 pk, ging het laadvermogen omhoog naar 336 ton en kwam er een stuurhut op het achterdek.

    Piet T. met motor, afgebeeld Piet T. Jzn, 1958

    Piet T. met motor, afgebeeld Piet T. Jzn, 1958

    1969 — Jan Theunisse en de Pieter T.

    In 1969 nam Jan Theunisse het schip over van zijn moeder. Hij hernoemde het Pieter T., naar zijn vader. Jan voer voornamelijk veevoeder, soms droog zand of grind, en bleef daarbij in het binnenland — nooit over het IJsselmeer. In 1973 verkocht hij het schip aan S.C. van Utrecht.

    Vijf keer omgedoopt

    Volgens de meetbrief is het schip tussen 1960 en 1977 vijf maal van naam veranderd: van Daniël Jacoba naar Pieter T., naar Jo-Ba, naar Rita, naar José en ten slotte naar Johanna Engelina.

    Daniël Jacoba in Duitsland, jaren 20

    Daniël Jacoba in Duitsland, jaren 20

    Het verdriet achter de verkoop

    Eind jaren zeventig kochten Jelte en Annelies Toxopeus de José. Ze vonden het schip in Nederhorst den Berg aan de Vecht, waar het als overslagschip werd gebruikt met een grote kraan op het voorschip. De reden dat het te koop lag was tragisch: de dochter van de verkoper, José, was enkele maanden eerder omgekomen bij een verkeersongeluk. Overmand door verdriet wilde haar vader niets meer te maken hebben met het schip dat haar naam droeg.

    Van woonschip naar zeilklipper

    Jelte en Annelies gebruikten het schip eerst om op te wonen. Jelte werkte voor Rijkswaterstaat aan de Deltawerken, en zo kon de woning steeds naast het werk worden neergelegd. Gaandeweg werd het schip verbouwd en omgetoverd tot charterschip en zeilklipper. In die tijd gaven zij het ook de naam die het nu nog draagt: Johanna Engelina, naar hun beider moeders.

    1994 en 1998 — Naar de huidige schipper

    Tot 1994 bleef het schip in hun bezit. Het in de vaart brengen van hun twee nieuwe schepen, de Nirwana en de Waterwolf, deed hen besluiten de Johanna Engelina te verkopen. Jan Schoen werd de nieuwe eigenaar, totdat Laurens Sinaasappel het schip in 1998 van hem overnam. Sindsdien vaart zij onder zijn schipperschap.

    Technische Specificaties

    Schip

    Van stapel
    27 november 1897, Middelburg
    Werf
    Borsius & v.d. Leye
    Eerste naam
    Daniël Jacoba
    Opdrachtgever
    Jan Hendrik Viergever

    Accommodatie

    Maten bij oplevering
    37,45 × 6,84 × 1,91 m
    Laadvermogen 1897
    273 ton
    Laadvermogen na 1958
    336 ton
    Aanschafsom 1897
    ƒ 9.000,- geleend

    Vragen over het schip?

    Neem gerust contact met ons op voor meer informatie.

    Cookie-instellingen

    Wij gebruiken cookies om uw ervaring te verbeteren, ons websiteverkeer te analyseren en voor marketingdoeleinden. U kunt uw voorkeuren hieronder aanpassen.